Papier 

boom > vezel > papier > 

Een klein beetje papier geschiedenis 

Het papier zoals wij dat kennen werd in China ontwikkeld. Vermoedelijk al vóór Christus.

Men ‘ontdekte’ dat plantaardige vezels, zoals touwrestjes, oude visnetten en dergelijke zo bewerkt konden worden dat ze met veel water een snotterige vezelpap vormden. Met een soort platte zeef kon men dan uit zo’n bak snot een dunne laag scheppen, die, na uitdruipen, van de zeef kon worden gehaald en op een plat oppervlak gedroogd.

Van dat scheppen komt dan ook de term ‘handgeschept’.

Via Korea komt de techniek in Japan, waar men massaal papier maakte om gebeden te drukken. Onderzoek wees uit dat men in Japan voornamelijk hennep gebruikte als grondstof voor het papier.

In Europa schreef men in die tijd op perkament, wat vervaardigd werd uit de ongelooide huid van een schaap, kalf of geit. (Het is geen leer)

Echt papier kwam naar Europa omdat de Arabieren in de achtste eeuw Chinese krijgsgevangenen maakten, waaronder een aantal papiermakers. In de verdere loop van 6 eeuwen drong de kunst van het papiermaken met de Moorse en Arabische veldtochten in Europa door. 

Aan het eind van de middeleeuwen werden her en der in Europa papierfabrieken neergezet.

Papierfabricage vraagt om veel helder water. De lompen of plantenvezels worden in molens machinaal gestampt. Een van de belangrijkste uitvindingen in de branche is de ‘hollander’. In een ovaal bad draait een cilindervormig houten rol waarin zo’n 30 messen zijn aangebracht. De lompen worden zo als het ware uiteengereten, zodat het vele stampen dan overbodig wordt.

De Hollander

Courantenpapier

De papiervezels.
Papier word gemaakt van vezels. Plantaardige vezels kun je gebruiken om papier mee te maken. Zo werden vroeger vooral de vezels van textielafval gebruikt. Nu komen de vezels vrijwel alleen nog maar van hout.
Je kunt op 2 manier de papiervezels vrijmaken.  
Koken met chemicaliën waardoor de houtvezels loslaten en ze vrijwel onbeschadigd blijven. Het product wat hier ontstaat heet ook wel celstof( cellulose).  Door deze manier te gebruiken verlies je wel ongeveer de helft van het droge houtgewicht, maar deze vezels zijn wel duurzamer en erg goed bleekbaar. Dit papier wat met celstof gemaakt wordt wordt ook wel houtvrij papier genoemd.

Het kan ook zonder chemicaliën. Dan word het hout bewerkt met kracht om de vezels los te krijgen, met deze methode verlies je weinig tot geen gewicht. Deze vezels zijn dan wel sterk beschadigt en slecht te bleken. 
Krantenpapier bestaat voor 10-15% uit celstof en 85-90% uit houtstof. 
En nu we oud papier ook aan het recyclen zijn worden er ook oude vezels toe gevoegd aan nieuw papier. Ongeveer 20% is oud en 80% zijn nieuwe ‘schone’ vezels


Resultaten enquête.

 

Deze enquête was gericht op een zo groot mogelijke groep mensen. Dat is gelukt. Vanuit alle leeftijden en sectoren heb ik mensen kunnen bereiken. Een groot deel van de mensen die ik heb bereikt gaat naar musea. Een deel ook niet. 

Waar ik vooral benieuwd naar was; of er meer mensen zien dat werk verandert en vindt men dat wel of niet mooi.. Of ze daar speciaal voor naar een museum zouden gaan. Als het thuis aan de muur hangt en verandert, hoe vindt men dat. 

Bij de vragen heb ik er expres voor gekozen om iets ‘mooi of lelijk’ te noemen en geen andere optie om een beetje frictie te laten ontstaan. 

 

Wat ik hier uiteindelijk uit heb gehaald is dat als een werk verandert, men dat niet erg vindt. Zolang de verandering geleidelijk is. Het werk krijgt met de verandering een ander karakter en dat spreekt aan. 

Net als mensen die ouder worden leren we ook meer bij en krijgen wij ook meer karakter, zo kan een werk dat ook krijgen. 

Inspiratie

Kunstenaars en makers waar ik inspiratie uit haal